Wat is sucrase-isomaltase deficiëntie?
Sucrase-isomaltase deficiëntie (SID) is een aandoening waarbij het lichaam bepaalde suikers en zetmeel (koolhydraten) niet of onvoldoende kan verteren. Dit komt doordat het sucrase-isomaltasecomplex – een enzym dat zich aan de wand van de dunne darm bevindt – geheel of gedeeltelijk ontbreekt of minder goed functioneert.
Het sucrase-isomaltasecomplex speelt een belangrijke rol bij de vertering van sucrose (sacharose; tafelsuiker) en verschillende afbraakproducten van zetmeel, zoals maltose en isomaltose. Wanneer deze koolhydraten niet goed worden afgebroken, blijven ze in de darm aanwezig. Ze trekken vocht aan en komen vervolgens onverteerd in de dikke darm terecht. Daar worden ze gefermenteerd door darmbacteriën, waarbij gassen en korte-keten vetzuren ontstaan. Dit kan leiden tot klachten zoals diarree, een opgeblazen gevoel, buikpijn en overmatige gasvorming.
In onderstaande afbeelding (Figuur 1) is dit proces schematisch weergegeven. Links in de figuur is de normale vertering te zien: het sucrase-isomaltasecomplex breekt sucrose en zetmeelafbraakproducten af tot enkelvoudige suikers, die vervolgens via de darmwand worden opgenomen. Rechts is te zien wat er gebeurt bij Congenitale Sucrase-Isomaltase Deficiëntie (CSID) en in principe ook bij andere vormen van SID: de koolhydraten worden onvoldoende afgebroken, blijven in de darm aanwezig, trekken vocht aan en worden in de dikke darm gefermenteerd door bacteriën. Hierdoor ontstaan de typische darmklachten.


Figuur 1. Normale vertering van sucrose en zetmeel (links) vergeleken met sucrase-isomaltase deficiëntie (rechts). Hoewel de afbeelding specifiek CSID weergeeft, is het onderliggende mechanisme waarschijnlijk vergelijkbaar bij andere vormen van SID.
Bron: Sucrase-Isomaltase Deficiency: Hiding in Plain Sight? A. Lenhart et al. Curr Treat Options Gastro (2021) 19:500-508
Verschillende vormen van SID
Sucrase-isomaltase deficiëntie is een verzamelnaam voor verschillende vormen waarbij de activiteit van het sucrase-isomaltasecomplex verminderd is.
Congenitale Sucrase-Isomaltase Deficiëntie (CSID)
De bekendste vorm is Congenitale Sucrase-Isomaltase Deficiëntie (CSID). Dit is een aangeboren, genetische aandoening waarbij het sucrase-isomaltasecomplex door een genetische afwijking niet of onvoldoende wordt aangemaakt of niet goed functioneert. De klachten ontstaan meestal al op jonge leeftijd, zodra voeding met sucrose of zetmeel wordt geïntroduceerd.
Sinds de jaren zestig wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar CSID. Inmiddels zijn tientallen genetische varianten van het sucrase-isomaltasegen beschreven, waardoor de ernst van de klachten sterk kan verschillen.
Verworven of secundaire SID
Naast de aangeboren vorm is de laatste jaren steeds meer aandacht voor verworven SID. Hierbij is (waarschijnlijk) geen sprake van een genetische afwijking, maar ontstaat een verminderde werking van het sucrase-isomaltasecomplex later in het leven door aantasting van het darmslijmvlies. Mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld darmontstekingen, maagdarminfecties, chemobehandelingen of medicatiegebruik. Deze vorm wordt pas sinds enkele jaren steeds beter herkend.
Sinds de introductie van de Suikerabsorptietest (SAT) in 2018 is het eenvoudiger geworden om een verminderde sucrasefunctie vast te stellen, ook vanuit de eerste lijn. Hierdoor blijkt dat een deel van de mensen die jarenlang de diagnose Prikkelbare Darm Syndroom (PDS) heeft gekregen, in werkelijkheid een verminderde sucrasefunctie heeft. Bij veel mensen ontstaan de klachten tijdens de adolescentie of op volwassen leeftijd.
De huidige SAT meet uitsluitend de sucraseactiviteit. Daardoor worden niet alle afwijkingen van het sucrase-isomaltasecomplex volledig in kaart gebracht. Meer onderzoek is nodig om de verschillende vormen van SID beter te begrijpen en te onderscheiden. De verwachting is dat tienduizenden Nederlanders een vorm van SID hebben zonder dat de juiste diagnose ooit is gesteld.
Wat zijn suikers?
Suikers en zetmeel behoren tot de koolhydraten. Koolhydraten zijn een belangrijke energiebron voor het lichaam en vormen een essentieel onderdeel van onze voeding.
Suikers kunnen worden onderverdeeld in:
- Monosachariden (enkelvoudige suikers), zoals glucose, fructose en galactose.
- Disachariden (dubbele suikers), zoals sucrose (sacharose; tafelsuiker), maltose en lactose.
Monosachariden kunnen direct door de darm worden opgenomen. Disachariden moeten eerst door enzymen in de dunne darm worden afgebroken tot enkelvoudige suikers.
Bij mensen met SID verloopt deze afbraak onvoldoende. Daardoor veroorzaken monosachariden meestal geen klachten, terwijl bepaalde disachariden juist wel klachten kunnen geven.
Overzicht van de belangrijkste suikers:
- Sucrose (sacharose; tafelsuiker) wordt afgebroken tot glucose en fructose.
- Maltose wordt afgebroken tot twee glucosemoleculen.
- Lactose wordt afgebroken tot galactose en glucose.

Wat is zetmeel?
Zetmeel is een complex koolhydraat dat tijdens de spijsvertering stap voor stap wordt afgebroken tot glucose. Het komt van nature voor in onder andere:
- aardappelen
- granen
- brood
- pasta
- rijst
- peulvruchten
Daarnaast wordt zetmeel veel gebruikt in bewerkte voedingsmiddelen, zoals koekjes, chocolade, chips, vleeswaren en zuivelproducten. In de voedingsindustrie wordt zetmeel ook aangepast om bepaalde eigenschappen te verkrijgen, bijvoorbeeld als verdikkingsmiddel in sauzen en soepen. Dit wordt gemodificeerd zetmeel genoemd (E1404 tot en met E1452).
Het grootste deel van de zetmeelvertering vindt plaats in de dunne darm. Daarbij spelen meerdere enzymcomplexen een rol, waaronder sucrase-isomaltase en maltase-glucoamylase. Sucrase-isomaltase is verantwoordelijk voor ongeveer 60 tot 80% van de uiteindelijke zetmeelvertering. Wanneer de activiteit van dit enzymcomplex verminderd is, kunnen naast sucrose ook zetmeelafbraakproducten, zoals isomaltose en een deel van de maltose, onvoldoende worden verwerkt.
De hoeveelheid resterende enzymactiviteit verschilt per persoon. Daardoor lopen zowel de ernst van de klachten als de tolerantie voor suikers en zetmeel sterk uiteen.
Hoe vaak komt SID voor?
Voeding speelt een belangrijke rol bij mensen met het Prikkelbare Darm Syndroom (PDS). Naar schatting is bij ongeveer 80% van de mensen met PDS een relatie met voeding aanwezig. Bij ongeveer 75% van deze groep gaat het om een intolerantie voor bepaalde koolhydraten.
Steeds meer onderzoek laat zien dat een deel van deze mensen mogelijk een verminderde sucrase-isomaltasefunctie heeft. Dankzij betere diagnostiek wordt SID daarom steeds vaker herkend.
Daarnaast is de consumptie van koolhydraten, en met name toegevoegde suikers, de afgelopen decennia sterk toegenomen. Hierdoor worden klachten die samenhangen met een verminderde suiker- en zetmeelvertering vaker zichtbaar.
Meer informatie
Voor een overzicht van voedingsmiddelen met een hoog of laag sucrosegehalte kunt u kijken bij Dieetadvies.
Voor alternatieven voor sucrose kunt u kijken bij Suikervervangers.
Voor meer informatie over de enzymbehandeling kunt u kijken bij Alternatief Bi-Myconase